Kuk’s kaartmethode

In 1990 heeft een methode ontwikkeld waarbij de respondent twee stapels speelkaarten voor zich heeft liggen, een ‘ja-stapel’ en een ‘nee-stapel’. De ‘ja-stapel’ bevat 80% rode kaarten en en 20% zwarte kaarten, de ‘nee-stapel’ bevat 20% rode kaarten en 80% zwarte kaarten. De respondent trekt uit beide stapels een kaart en noemt als antwoord op de gevoelige vraag de kleur van de kaart uit de stapel die overeenkomt met het juiste antwoord. Het voordeel van deze methode is dat de respondent met het noemen van de kleur ‘rood’ of ‘zwart’ een veel neutraler antwoord geeft in termen van het bekennen van ‘schuld’ dan met de antwoorden ‘ja/nee’ of ‘waar/niet waar’.

In Kuk’s methode wordt de prevalentie van het gevoelige gedrag in de populatie π geschat door

waarbij r de proportie geobserveerde rode kaarten is, n het aantal respondenten en θ1 de proportie rode kaarten in de ‘ja-stapel’ (80%) en θ2 de proportie rode kaarten in de ‘nee-stapel’ (20%). De variantie van de schatting wordt gegeven door

waarbij

Deze methode is psychologisch erg sterk omdat respondenten zichzelf niet hoeven te beschuldigen door ‘ja’ te antwoorden. Een nadeel van de methode echter is de relatief geringe efficiëntie, waardoor grotere steekproeven nodig zijn dan met bijvoorbeeld forced-responsemethode.